Regiowoudrichem actueel

Wereldtop tangospelers in Martinuskerk

Het Kraayenhof Tango Ensemble met Carel Kraayenhof als artistiek leider, componist en bandoneon, Juan Pablo Dobal - piano, Tijmen Huisingh - 1e viool, Bert Vos - 2e viool, Ernst Grapperhaus - altviool, Jaap Branderhorst - contrabas, Karel Brederhorst - cello. Het is een vrij nieuw ensemble waarbij de bandoneon gecombineerd wordt met strijkkwartet, contrabas en piano. Uniek is de speelstijl van Kraayenhof door de grote kennis van de Argentijnse tango. Door zijn samenwerking met Astor Piazzolla en zijn jarenlange persoonlijke band met de geliefde tangomaestro Osvaldo Pugliese ontwikkelde hij zich tot één van de meest geliefde bandoneonisten van Buenos. Carel Kraayenhof geeft in de hele wereld concerten en speelt daar vaak met plaatselijke ensembles. Onlangs kreeg hij de Gouden Eeuw Award voor zijn hele oeuvre.

Het Kraayenhof Tango Ensemble 

--

Het werd een echte tango avond in de Martinuskerk, met veel andere culturen, talen en emoties. Het begon al met een tango van Astor Piazzolla. Deze is voor Kraayenhof de grote inspirator en schreef speciaal een stuk voor bandoneon en strijkkwartet, het bleek een prachtig stuk. De ‘Suite Compasión’, was van Kraayenhof zelf, een folklore van het platteland. Heel spannend waren ook de Vier Seizoenen van Buenos Aires. Piazzolla heeft, net zoals Vivaldi, namelijk de vier seizoenen van Buenos Aires geschreven met de naam ‘Cuatro Estaciones Porteñas’, in een bewerking voor bandoneon, piano, contrabas en strijkkwartet. De filmmuziek van de Argentijnse Luís Bacalov uit de gelijknamige Italiaanse film, was heel ontroerend. Kraayenhof speelde op de piano een bolero voor zijn vader: ’Te llevo en mi alma’,‘Ik draag je in mijn ziel’, begeleid door het ensemble. Het was mooi om te zien dat het ensemble met enorm enthousiasme samenwerkt en groot plezier heeft in het spelen met elkaar. Door het enorme applaus aan het slot van de avond door de aanwezigen ontkwam Carel Kraayenhof er niet aan om Adios Nonino te spelen, het stuk dat hij speelde tijdens het huwelijk van Prins Willem Alexander en prinses Maxima. Hiermee werd hij van het ene op het andere moment wereldberoemd.

De avond in Woudrichem kenmerkte zich door verschillende melancholieke melodieën, afgewisseld met een heftige tango-beat en eigentijdse composities. De opbrengst van dit Nieuwjaarsconcert gaat naar zorgcentrum Wijkestein. Daar verzorgt de Lionsclub voor de bewoners binnenkort een gezellige middag met Willeke Alberti.

Door: Sophie Krale


Schrijver Jan van Mersbergen even terug in Brabant

Schrijver Jan van Mersbergen uit Amsterdam groeide op in Rijswijk, maar woonde vanaf zijn twaalfde jaar in Almkerk. Door een tip van iemand die het pas uitgekomen Winterboek van Gerbrand Bakker had gelezen en daarin de naam Jan van Mersbergen was tegengekomen, heb ik contact met Van Mersbergen gezocht. In het pas verschenen ‘Winterboek’ van Gerbrand  Bakker staan winterverhalen van verschillende schrijvers zoals: Franca Treur, Maarten ‘t Hart en Ted van Lieshout en dus ook een verhaal van Jan van Mersbergen. Zijn verhaal in het winterboek heet: ‘Achter de HAK-fabriek’. Een prachtig jongensverhaal over schaatsen op de Alm naar zijn grootvader in Giessen. Jan van Mersbergen heeft inmiddels al een redelijk oeuvre uitgegeven. Gerbrand Bakker noemt Van Mersbergen één van de beste schrijvers van ons land. Van Mersmergen debuteerde in 2001 met het boek: ‘De grasbijter’. Daarnaast publiceerde hij verhalen in Vrij Nederland en in Literaire tijdsschriften en muziektijdschriften. Hij werd genomineerd voor de debutantenprijs en een paar keer voor de Nieuwe Literatuurprijs.

Almkerk
Jan van Mersbergen vertelt dat hij een mooie jeugd heeft gehad in Almkerk. Zijn ouders wonen er nog steeds. Van Mersbergen heeft mooie herinneringen aan die plaats; aan de voetbal waar hij lid van was, de SOOS, zijn vrienden, waarmee hij uitging naar uitgaanscentrum ‘de Ster’ in Nieuwkuijk, maar ook naar het carnaval in Breda, Bergen op Zoom, Nederweerd en Venlo. Daarvoor huurden ze dan met elkaar een bus. In 1990 verhuisde Jan van Mersbergen naar Amsterdam waar hij een studie cultuur & beleid en sociologie deed. Dat vond hij een goede basis om schrijver te worden. De eerste jaren heeft Van Mersbergen vooral veel gelezen om te kijken hoe anderen het doen omdat hij op zoek was naar een eigen stijl. Naast het schrijven werkte Jan in het theater en deed daar alles wat niemand anders wilde doen. Zijn uiteindelijke doel was om uitsluitend romans te schrijven, geen korte verhalen en geen poëzie. Hij las in die tijd vooral veel boeken van Spanjaarden, Zuid-Amerikanen en Russen. Hun stijl bleek alle kanten op te waaien. Dat is nooit zijn ding geweest.

--

Schrijvers die hij wel goed vindt komen van het platteland, zoals Steinbeck en Hemingway, met eenvoudige verhalen en niet te dominant. Toen Van Mersbergen uiteindelijk zijn eigen vorm vond was dat vrij afstandelijk, eenvoudig, zonder essay-achtige stukken en met heldere dialogen, een sobere, beschrijvende vorm. ‘Ik schrijf nooit wat iemand denkt in het boek, ik zeg gewoon wat er gebeurt, de lezers moeten zelf actief blijven en moeten nadenken.’ vindt hij. Inmiddels heeft Van Mersbergen zijn vijfde roman: ‘Zo begint het’, gepubliceerd. En het boek: ‘Morgen zijn we in Pamplona’, wordt vertaald in het Duits en Frans en wordt ook nog eens verfilmd. Jan doet niet veel aan rechearch, hij reist niet graag, maar voor dit boek moest hij zich verdiepen in het boksen, omdat de hoofdpersoon, hoe vreemd het ook lijkt, een bokser is, want verder gaat alles in dit boek over stierenvechten en dergelijke. De meeste informatie zoekt hij op via internet. Wel heeft hij eens in Berlijn op de Nederlandse Ambassade een interview gehad en voorgelezen uit zijn boek. Wat Jan heel graag wil doen is een boek schrijven over het carnaval. ‘Want mensen hebben een tamelijk vertekend beeld van carnaval. Sinds een paar jaar heb ik het weer herontdekt. In Brabant kende ik het natuurlijk wel, maar de laatste jaren ben ik steeds naar het Venlose carnaval geweest en dat was een waanzinnige ontdekking.’

Van het schrijven van zijn romans kan Van Mersbergen niet leven, hij wordt gesubsidieerd door het Fonds voor de Letteren, dat is zijn basisinkomen. ‘Ik schrijf romans, doe wat journalistieke dingen en lees hier en daar voor, dat vind ik leuk. Maar het blijft sprokkelen. Dit jaar ga ik een literaire cursus geven en zal mijn cursisten adviseren vooral veel te lezen.’ Volgens Van Mersbergen kunnen er in Nederland maar weinig schrijvers leven van hun boeken. Van Mersbergen schrijft zo’n twee uur per dag, of hij moet een bepaalde scène in zijn hoofd hebben, die schrijft hij wel achter elkaar. ‘Tussendoor schrijf ik dagelijks op mijn weblog, en ik twitter, dat vind ik ook leuk.’ Dat Van Mersbergen nog steeds van deze streek houdt bleek wel uit het feit dat hij voor dit interview speciaal naar Woudrichem was gekomen.

Door: Sophie Krale


Filosoof Stine Jensen bij Literair Café

Voor de jaarlijkse diogenes lezing bij het Literair Café in de Teerkamer was filosofe Stine Jensen uitgenodigd. Stine Jensen (1972) is geboren in Denemarken en emigreerde op jonge leeftijd naar Nederland. Ze studeerde af in de literatuurwetenschappen en de filosofie in Groningen. Aan de universiteit van Maastricht promoveerde ze op: ‘Waarom vrouwen van apen houden’. Ze combineert haar academische werk als universitair docent literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit van Amsterdam met diverse journalistieke activiteiten. Zij schreef verschillende boeken, onder meer ‘Ik lieg, dus ik ben’, en ‘Echte vrienden’. In 2004 werd ze door Vrij Nederland uitgeroepen tot een van de acht beste jonge filosofen in Nederland. Centrale thema's in haar journalistieke publicaties zijn: beeldvorming van vrouwelijkheid, mannelijkheid, liegen, de multiculturele samenleving en etniciteit, liefde en seksualiteit.

--

Het onderwerp waar Stine Jensen het deze middag over heeft is ‘Vriendschap’, zoals beschreven haar boek: ‘Echte vrienden’. Stine: ‘Wat zijn vrienden? Via Facebook kopen we onze vrienden. Men heeft gemiddeld 150 – 500 vrienden op Facebook, terwijl er in werkelijkheid niet meer dan drie of vier echte vrienden zijn. Echte vrienden, dat zijn diegenen waar je vertrouwelijk mee bent en die je alles vertelt. Dat iemand op Facebook zit ontstaat door de behoefte dat men pas iemand is, als men communiceert. Eigenlijk gaat het om een bevestiging. Veel mensen zetten er van alles op; foto’s van hun kinderen, zichzelf, filmpjes van Youtube, plus persoonlijke informatie. De reden dat mensen ‘lekken’ op Facebook is dat men wil opvallen en informatie over vriend of vijand wil hebben. Gluren bij de buren is toch heerlijk. Facebook wordt gebruikt om erbij te horen, of soms ook wel om een partner te zoeken. Een stukje ijdelheid komt erbij, men wil aandacht, maar wil ook wil laten zien dat ik leef en een reactie wil.’

Het is van groot belang een keus te maken wat je op Facebook wilt zetten. Wat wil ik van mezelf prijsgeven? Gegevens zoals; wie ben je, wat maak je mee en hoe voel je jezelf, dat is enorm privé. Stine Jensen noemt dat 'intiem kapitaal'. Jensen relateert dit 'intieme kapitaal' aan andere vormen, zoals economisch kapitaal zoals geld. Cultureel kapitaal; kennis, vaardigheden en opleiding. Voor die kapitaalbronnen geldt: wat we daarvan bezitten, dat maakt ons wie we zijn. Het onderscheidt ons van anderen. Maar met intiem kapitaal is volgens Jensen ook iets anders aan de hand: het delen van intiem kapitaal maakt ons ook aan elkaar gelijk. Ik zet mijn kind op Facebook, iemand anders doet dat ook. Het lijkt op Facebook wel of we allemaal een bruisend en fantastisch leven hebben in een positieve wereld. Je profiel laat je eigen leuke leventje zien. 'Maar wees de regisseur van je eigen leven', adviseert Stine. ‘Weeg zorgvuldig af welke foto's en informatie je over jezelf online prijsgeeft. Want op internet regisseren we erop los. De berichten gaan bijna alleen maar over positieve dingen, over memorabele momenten, hoogtijdagen, feestjes en grappen.’ Stine adviseert de aanwezigen om hun gezond verstand te gebruiken en goed na te denken wat je op Facebook zet. De eigenaar van Facebook weet alles van ons en kan onze privacy verhandelen door onze interesses door te geven aan bedrijven. Het is bijna onmogelijk om foto’s te verwijderen, en als je dat doet zie je soms later opeens weer een foto opduiken omdat iemand ze heeft ‘gedeeld’.

Na de pauze het vragenhalfuurtje. Een aanwezige verklaart dat we geen keus hebben, we kunnen niet zonder internet, denk aan het internetbankieren en de belastingaangifte. Volgens Stine is het inderdaad onmogelijk om in deze tijd anoniem te blijven. Maar is internet slecht? Het is handig om kranten te lezen, info op te zoeken en nieuwe vaardigheden te leren. Maar internet heeft ook ongezonde trekken, het laat je dingen zien die je eigenlijk niet wilt en het kan verslavend zijn. Wat twitteren betreft, dat is heel geschikt om je mening kwijt te kunnen, maar niet voor het argumenteren en discussiëren. Het gaat het erom of je genoeg munitie hebt om op iemand te schieten. Facebook en de telefoon met internet, ook wel de ‘prothese op het dijbeen’ genoemd, de meeste mensen kunnen niet meer zonder, de berichten blijven binnenkomen en daar moet op gereageerd worden. Stine vertelt dat ze een internet-trol wordt genoemd omdat ze kritisch actief is op internet hoe het netwerk gebruikt wordt. Maar je moet wel kritisch zijn er komt zoveel op je af. Zo zorgde Stine Jensen voor een leerzame interessante middag in de Teerkamer.

De volgende avond bij het Literair Café is op 20 januari met het Groot Dictee der Woerkumse taol|, aanvang 20.30 uur.

Door: Sophie Krale



Wat abstracte kunst kan betekenen voor de samenleving, Jan Verhoeven, kunstverzamelaar uit Woudrichem

Jan Verhoeven (82) wonende op de Hoogstraat in Woudrichem, werd in Schijndel geboren. Kunst betekent veel voor Verhoeven. Hij bezit een grote collectie van 500 abstracte- en geometrische schilderijen en beeldhouwwerken. Al heel jong interesseerde Jan zich voor dit soort kunst. In de abstracte kunst heeft Verhoeven geleerd anders te kijken en te denken. Verhoeven bezocht voor zijn werk als directeur van Philips, en later als senior interim- en projectmanager, New York en alle hoofdsteden van Europa, Zuid-Amerika en Afrika. Als hij de kans kreeg bezocht hij overal musea en sprak met plaatselijke kunstenaars. Het verzamelen was in het begin niet meer dan het kopen van werk dat hem beviel. Maar hij interesseerde zich in de ontwikkeling van bepaalde kunstenaars en kocht in verschillende stadia hun werk, dat konden er zes zijn maar soms ook wel dertig.

Jan verhoeven  
--

Exposities
Woudrichem is regelmatig door Verhoeven op de kaart gezet omdat hij werken van zeer grote kunstenaars vanuit de hele wereld naar Woudrichem haalde voor exposities. Nog steeds reist hij regelmatig naar New York en spreekt daar met kunstenaars en bezoekt daar de meest bekende musea van de wereld, zoals het Museum of Modern Art MoMa en het Metropolitan Museum of Art aan de Museum Mile, een prachtig stuk langs 5th Avenue, boordevol musea en andere beeldende kunstinstellingen. Afgelopen week was Verhoeven in Munchen om daar verschillende musea te bezoeken.

In 2003 richtte Jan Verhoeven samen met Menna Kruiswijk, Stichting Yellow Fellow op. Door middel van cross-over programma’s tijdens presentaties en workshops bij bedrijven en scholen laat Yellow Fellow zien dat abstracte kunst een vernieuwing kan betekenen voor samenleving, het leiderschap, bedrijfsleven en onderwijs door een andere manier van kijken en denken. Yellow Fellow is o.a. actief betrokken bij het ROC Eindhoven Bouwen&Wonen in de ontwikkeling van programma’s, waarbij abstracte kunst in samenhang met een vak gebruikt wordt om leerlingen anders te laten kijken.

Museum
Jan Verhoeven heeft een jarenlange wens om een museum te realiseren met zijn persoonlijke collectie van abstracte kunst. In Nederland heeft hij veel mogelijkheden bekeken. Maar nu lijkt er een kans te komen in het kader van Culturele Hoofdstad van Europa. In 2018 is namelijk Nederland aan de beurt met kandidaat BrabantStad met als hoofdpodium met Breda, Eindhoven, Helmond, 's Hertogenbosch, Tilburg en het ommeland (de provincie). BrabantStad Culturele Hoofdstad 2018 is o.a. gepland in Eindhoven op het voormalig bedrijventerrein Strijp- S, dat heeft toebehoord aan de N.V. Philips, een terrein van circa 30 ha. Hier zou een realisatie van dit museum project een kans kunnen krijgen. Een uitgelezen kans om Brabant en de regio op de kaart te zetten. In 2013 wordt er beslist over de kandidaatsstelling. Er wordt op dit moment gewerkt aan een bidbook, dat in 2012 klaar moet zijn. Een bidboek is een boekwerk waarin te lezen is wat er tot nu toe met alle culturele partijen; Brabanders en vrienden in Europa, aan initiatieven is ontplooid op weg naar 2018. Verhoeven wil graag met de ontwikkelaars van dit plan van gedachten wisselen over het idee Central Park Eindhoven.

In dit Central Park zullen paviljoens komen onder verschillende architectuur, die een verbinding gaan leggen tussen heden en verleden en een brug slaan naar de toekomst door een centrale rol te spelen als motor voor vernieuwing. De paviljoens gaan onder andere functioneren als baken van het gedachtegoed van Yellow Fellow. Het eerste paviljoen; La Maison Particulière, naar een ontwerp van stijlgroep Mondriaan, opgericht in 1917 door o.a. Piet Mondriaan. Het andere paviljoen is de herbouw van het beroemde Philipspaviljoen Poème Electronique van architect van Le Corbusier voor de wereldtentoonstelling in Brussel in 1958.

Ontmoetingplaats                                                                                                                                                                                           Met Central Park Eindhoven zal Strijp-S een levendige ontmoetingsplaats worden, waar anders leren kijken en anders leren denken voortdurend bevorderd wordt, en waar de bezoekers en bewoners actief in gesprek met elkaar gaan. Dit is precies wat Jan Verhoeven van Stichting Yellow Fellow voor ogen heeft. Het zou daarom mooi zijn als de uitgebreide schilderijen collectie van Jan Verhoeven een plaats gaat krijgen in het museum in een van deze gebouwen op Strijp-S- Eindhoven, en centraal zal staan tijdens workshops en presentaties.

Martin de Vries in zijn gipskorset, beschilderd door kunstenaar Ger de Joode 
--

Geometrische kunst op gipskorset
Yellow Fellow heeft een technisch manager in dienst, dat is Martin de Vries. Hij regelt alle praktische zaken tijdens presentaties en workshops. Deze man is inmiddels verweven met de geometrische kunst. Helaas is hij vorige week van het dak gevallen tijdens het klussen en heeft drie rugwervels gebroken. Hij ligt nu in het ziekenhuis en heeft een gipskorset gekregen. Martin is nogal een actieve man en zat te denken hoe er wat leven in de brouwerij gebracht kon worden. Hij kreeg toen een idee om een kunstwerk op zijn gipskorset te laten schilderen, het liefst door de bekende kunstschilder Ger de Joode uit Leusden. De Joode maakt geometrisch abstract werk en zag het wel zitten. Vorige week heeft de Joode een mooi kunstwerk op het korset geschilderd. Martin is helemaal tevreden. Jan Verhoeven vindt het prachtig dat De Vries op deze gedachte is gekomen en de geometrische kunst op deze manier onder de aandacht wil brengen.

Door: Sophie Krale




--
 
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie